Een nieuw begin!

Het was juli 2005.
Ik was aangenomen bij een overheidsinstantie in Den Haag als secretaresse en stond die maandag vol goede moed op om mijn allereerste werkdag te beginnen.
Tijdens het ontbijt dacht ik nog: ‘phoeh, dit word een pittig weekje! Fulltime aan de slag, nieuwe collega’s, nieuwe werkzaamheden, nieuwe stad! Spannend!’
Ik wist toen nog niet half hoe anders mijn leven eruit zou zien na die week.

Ik woonde toen in Zoetermeer en moest met het openbaar vervoer naar Den Haag.
In die tijd betekende dat: met een bus naar een treinstation, met de sprinter naar Den Haag en daar overstappen op een stadsbus (of lopen).
De dag begon goed, ik ontmoette de vriendelijke en behulpzame mensen met wie ik ging samenwerken en werd al gauw meegenomen in de werkzaamheden.
Het was ontzettend leuk en, zoals ik had verwacht, een dag met veel nieuwe indrukken.
Tijdens de lunchpauze ontdekte ik dat de batterij van mijn telefoon leeg was en ik had geen oplader bij me dus ik was onbereikbaar.

Rond 17:00u. zat mijn allereerste werkdag erop dus ik maakte me klaar om de spits te trotseren en weer naar huis te reizen.
Ik pakte mijn spullen en tas, deed mijn jas aan en mijn telefoon in mijn jaszak. Ik wenste m’n collega’s een fijne avond en liep naar de lift.
Ondanks mijn volle hoofd voelde ik me trots en enthousiast! Ik had zin om naar huis te gaan om te vertellen hoe mijn dag was geweest. Ik had veel gedaan en geleerd en had echt zin in om de volgende dag weer aan de slag te gaan!

Toen ik de lift binnenstapte, pakte ik uit gewoonte mijn telefoon…’oh ja, batterij leeg’.
Toch hield ik de ‘aan-knop’ ingedrukt en…ik kreeg een smsje!
Mijn lege telefoon gaf me, op de 1 of andere manier de melding dat ik een aantal gemiste oproepen had van ‘Lan’ (zoals ik haar noem: de lieve vrouw bij wie ik samen met haar 3 kinderen in Zoetermeer woonde).

Terwijl ik naar de bushalte liep, kon ik het laatste ingesproken bericht afluisteren.

Niet schrikken…

Ik hoorde Lan haar stem. Ze zei: ‘Ier, niet schrikken maar er is iets gebeurd. Het is belangrijk dat je me terugbelt vóórdat je thuiskomt. Iedereen is oké, maar we hebben brand gehad (….) op zolder (….) Ik kom je bij de bushalte ophalen lieverd’.

Ik voelde mijn hart bonken, mijn keel kneep zich samen en mijn maag draaide zich om zodra ik de woorden ‘niet schrikken‘ hoorde. En toen viel mijn telefoon uit. Ik kón niet terugbellen.

Terwijl ik verder richting de bushalte liep, fluisterde ik tegen mezelf:…‘nee…dit kan niet, dit kán toch niet?’
Ondertussen stroomden de tranen spontaan over m’n wangen en zag ik door de waas heen mijn bus aan komen rijden.
Ik stapte in, de chauffeur keek me aan, gaf me een knikje en gebaarde met zijn handen dat ik verder mocht lopen (dank je wel nog lieve HTM chauffeur), ik heb niet eens betaald.
Vervolgens ben ik op de automatische piloot overgestapt op de trein naar Zoetermeer. Dit voelde echt als de langste treinreis die ik ooit had gemaakt.

Racende gedachten

Mijn gedachten sloegen op hol: ‘wat is er gebeurd? De zolder? Dat is onze kamer! Daar slaap ik! (samen met Lan haar oudste dochter), daar liggen mijn spullen, m’n kleren! De foto van mama! Oh néé, Sikra (de poes) en haar kittens! Wat nu?!
Lan zei geen gewonden… toch?!’

Ik ben overgestapt op een stadsbus en was binnen 10 minuten bij de halte. Ik stapte de bus uit, keek om me heen maar er was niemand te zien.
Mijn benen liepen richting onze straat verderop, maar mijn hoofd wilde keihard de andere kant op rennen en mijn hart huilde.

Wat stáán jullie hier nou!?

In de verte zag ik een grote menigte staan. Daar moest ik naartoe, dat was mijn straat! Ik dacht: ‘waarom staan al die mensen daar?! Wat moet ik doen?’
Ik durfde niet, maar liep tóch verder zoals ik eigenlijk in mijn leven al zo vaak had gedaan.

Duidelijk geval van ‘nee’ voelen en ‘ja’ zeggen / doen.

Toen ik bijna bij de groep mensen was, liep 1 van mijn huisgenoten me tegemoet om me vervolgens stevig vast te houden.
Gelukkig maar, want het voelde of de grond onder m’n voeten vandaan brokkelde.

Ik keek om me heen en zag een paar kinderen van een jaar of 5. Ze renden rondjes en deden de sirene van een brandweerauto na: ‘Taaatuuuutaaatuuu’
Een groep mannen stonden luid en druk te praten, een buurvrouw stond met haar hand voor haar mond en een andere vrouw wees omhoog.
Toen ik de richting van haar wijzende vinger volgde, zag tot mijn enorme schrik dat ik vanaf de straat mijn zolderverdieping in kon kijken! Er zat een groot gapend gat in ons dak!

Ik werd misselijk van de geur van verbrand plastic en hout en wilde het liefst alle toeschouwers wegjagen.
Deze zwartgeblakerde puinhoop was ons huis, mijn leven… ‘daar ga je toch niet naar staan te kijken’!

Lan kwam aanlopen, zij was in verwarring naar een andere bushalte in de buurt gelopen. Ze gaf me een stevige knuffel en arm in arm liepen we richting het huis. Ik zag twee vrouwen elkaar aantikken toen ze mijn behuilde gezicht zagen.

Op dat moment leek alles even stil te staan.
Ik kon niet meer nadenken en reageerde nauwelijks op wat mensen aan me vroegen. Alles bewoog in slowmotion, ik voelde m’n lichaam niet meer en het leek alsof ik even niet meer bestond.
De vriendelijke overburen, die ik nauwelijks kende, hadden de kittens van onze poes in een kartonnen doosje in de gang staan. Bij hen heb ik iets te drinken gekregen om een beetje van de schrik te bekomen.

Gelukkig had de brandweer kunnen voorkomen dat de brand de benedenverdieping bereikte, dus daar hebben we een tijdje in shock gezeten…gewoon op de bank.
Onder begeleiding van een goede vriend die toevallig brandweerman was, zijn Lan haar dochter en ik naar boven gegaan om te kijken hoe het eruit zag.
Ik was enorm gespannen en twijfelde of ik het wel wílde zien maar hij zei dat het belangrijk was voor de ‘verwerking’.
Ik wist dat hij gelijk had dus liep ik aarzelend de trap naar boven op. Mijn benen waren loodzwaar.
Deze aarzeling, dit zware gevoel had ik eerder gevoeld: in de aula waar mijn moeder 10 jaar eerder lag opgebaard wilde ik ook het liefste hard wegrennen en niet meer (om)kijken.
Ik wist toen dat wat ik zou gaan zien, mijn leven zou gaan veranderen maar óók toen heb ik gekeken dus dat ging ik nu ook doen.


Regen in huis

Het was donker op de bovenverdieping. Uit gewoonte drukte ik het lichtknopje in maar de stroom was uitgeschakeld: ‘oh ja, stom… duizenden liters water en stroom gaan natuurlijk niet zo goed samen‘.
Het bovenste gedeelte van de trapleuning was volledig verkoold. Ik kon aan de bovenste traptreden en de muur zien dat de vlammen hun weg naar beneden al hadden gezocht.
Overal druppelde water langs de muren naar beneden, dat vond ik zó onwerkelijk…alsof het regende in huis!

Bovenaan de trap keek ik de ruimte rond. Alles was zwartgeblakerd, kapot en verbrand.
Mijn bed, de kledingkasten, de laatste foto van mijn moeder, een haarvlecht die zij voor ons had gemaakt toen ze haar haar verloor door de chemo. Mijn allerliefste knuffelkonijn (‘Nijnie‘) die me vroeger altijd troost bood in het ziekenhuis. Alles! Behalve dan het brilletje wat ik een paar weken daarvoor had gekocht. Die vond ik terug in de puinhoop.

Ik was sprakeloos en besefte me: ‘als dit ’s nachts was gebeurd dan hadden we hier echt niet meer gestaan’.
Ik heb een tijdje staan rondkijken en voelde me vol en leeg tegelijk toen ik uiteindelijk weer naar beneden liep.

Hierna volgde een periode van logeren bij vrienden en familie van Lan. Gelukkig kreeg ik wat kleding van verschillende mensen want ik had niets meer.
Na een aantal dagen ben ik weer aan het werk gegaan. De afleiding was prettig en zo had ik tenminste nog het gevoel van een doel hebben.
Ik bleef maar het gevoel houden dat wie ik vóór de brand was, óók in vlammen was opgegaan.
Ik voelde me leeg, verdrietig en heel boos. Boos op het leven, boos op alles en iedereen.
Ik vond het oneerlijk!
De kleren die ik had waren niet van mij, ik had geen eigen spulletjes meer, m’n diploma’s waren verbrand, douchen moest in andermans badkamer, slapen en wakker worden in andermans bed.

Ik vond het slopend om geen eigen plek te hebben… nergens te kunnen ‘aarden’, geen zekerheid of voorspelbaarheid te voelen en te leven uit een weekendtas (misschien heb ik daarom wel een hekel aan kamperen gekregen;)

Een ‘turning point’

Nu, 13 jaar later, weet ik dat deze gebeurtenis voor mij een enorme stuwende kracht is geweest om letterlijk een ‘andere bril’ op te zetten. Wat ik daarmee bedoel is dat ik echt anders ben gaan kijken naar mezelf en de wereld om me heen.

Niet alleen hecht ik na deze gebeurtenis (nog) minder waarde aan materiële zaken, ik ben me ook ontzettend bewust geworden van het feit dat wie of wat ik ben, veel méér is dan dat wat ik bezit, wat ik voor kleren aan heb, hoe ik eruit zie, hoe anderen mij zien, wat voor opleidingen ik gedaan heb, welke diploma’s ik heb of hoeveel geld ik op m’n bankrekening heb staan (of niet;)

Het meest waardevolle inzicht wat dit ‘vuurtje’ letterlijk in mij heeft aangewakkerd, is het besef dat ik mijn leven leefde in reactie op mijn omstandigheden. Mijn situatie en omstandigheden bepaalden meestal de keuzes die ik (onbewust) maakte waardoor ik me ontzettend afhankelijk en van tijd tot tijd zelfs ronduit machteloos heb gevoeld! Overgeleverd aan externe factoren.
Op het ene moment ging ik ’s ochtends nietsvermoedend naar mijn werk en op het volgende moment waren in 1 klap alle omstandigheden veranderd en was alles wat ik had en dacht te zijn weg!


 

Ik leerde dat vuur een bron van warmte, licht en energie kan zijn, maar óók in staat is om te vernietigen en verteren en dat er vanuit vernietiging ook écht weer warmte, licht en energie kan ontstaan… als je dat toestaat.
Ik hád ervoor kunnen kiezen om boos te blijven. Ik had ervoor kunnen kiezen om me te (blijven) verzetten tegen wat er op dat moment was (‘dit kan niet, dit mag niet, ik wil dit niet’) maar mijn ‘nieuwe bril’ heeft ervoor gezorgd dat ik ben gaan focussen op wat ik wél wil en nodig heb zodat ik kan leven van binnen naar buiten in plaats van andersom.

Dit heeft er toe geleid dat ik mijn toenmalige relatie verbrak, afscheid nam van mijn super baan in Den Haag, ben (terug)verhuist naar Friesland, de man ontmoette waarmee in ik 2010 trouwde en 2 pracht kinderen heb gekregen en leerde over het begrip ‘hooggevoeligheid’.
Van daaruit heb ik in 2015 de keuze gemaakt om hooggevoelige vrouwen te begeleiden bij het creëren van meer rust en ruimte voor zichzelf. Om hen te helpen uit de ‘ruis’ te komen en beter bij zichzelf te blijven, óngeacht de omstandigheden.
Van binnen naar buiten!

Omdat ik weet hoe belangrijk dat is en omdat ik heb ervaren hoe het is om dat niet te hebben.

Heb je nav. deze blog vragen, opmerkingen of iets anders wat je met me wilt delen? Ik ben heel benieuwd naar jou en jouw verhaal! Laat gerust je reactie achter op Facebook of stuur een mail naar info@irisjager.nl.

Wil je samen aan de slag bij het zorgen voor meer rust en ruimte voor jou? Klik dan op onderstaande knop om verder te lezen.
Ik kijk ernaar uit je te spreken 🙂

[su_button url=”http://irisjager.nl/coaching” style=”soft” background=”#79b19e” color=”#ffffff” size=”10″ wide=”yes” center=”yes” desc=”Meer weten” onclick=”Vertel me meer”][su_button url=”http://irisjager.nl/coaching” target=”blank” style=”soft” background=”#79b19e” color=”#ffffff” size=”10″ wide=”no” center=”yes” desc=”Lees hier meer” onclick=”Vertel me meer”][/su_button]

Liefs,

Iris